menu

Waterbehandeling in het AZ St Vincentius Deinze

HomeWaterbehandeling in het AZ St Vincentius Deinze
HomeWaterbehandeling in het AZ St Vincentius Deinze

In het AZ St Vincentius Deinze werd er voor het nieuwe operatiekwartier ook een nieuwe centrale sterilisatie afdeling (CSA) gebouwd, met een eigen, decentrale opstelling voor waterbehandeling. De waterkwaliteit van het voedingswater voor een CSA is bij Europese norm vastgelegd, vandaar de nood aan waterbehandeling.

 

1. Voorfiltering en ontharding

We vertrekken van onbehandeld stadswater, waar in eerste instantie een keerklep geplaatst wordt. Daarna wordt er een voorfilter geplaatst, om eventueel zwevend materiaal uit te filteren. De toestellen die gebruikt worden zijn redelijk gevoelig, daarom nemen we geen risico.

De eerste trap in de waterbehandeling is een waterontharder. We hebben gekozen voor een 5000-reeks duplex met 1" klep, die alternerend werkt. Dit wil zeggen dat een tank werkt, terwijl de andere regenereert of in wacht staat. Het voordeel hier is dat er 24/7 zacht water geleverd wordt, aan het gevraagde debiet. De ontharder werd zo gedimensioneerd, dat elke tank de productie van proceswater kan voeden voor ongeveer 24 uur.

 

2. Omgekeerde Osmose

De ontharder voedt het toestel voor omgekeerde osmose (Reversed Osmosis of RO) van de ROHD 4000 reeks, die 250l per uur levert. Aan de ingang van het toestel voor omgekeerde osmose wordt een product ingespoten om silicaten te verwijderen. Dit is vooral in voorbereiding voor een eventuele toevoeging van een CEDI-toestel (Electrodeionisatie) in de toekomst. Het behandelde water wordt opgevangen in een buffervat.

Dit buffervat is uitgerust met twee vlotters die het RO toestel aansturen (start en stop), en verder met een CO2 afdrijver (of dampslot), om de CO2 die op natuurlijke manier in het water terecht komt af te voeren. Dit is ook belangrijk met het oog op een eventueel CEDI toestel in latere fase.

Dan hebben we een pompgroep die 5 bar kan leveren. Het proceswater moet 4 verdiepingen omhoog gepompt worden naar de CSA toe, daarom geraak je er niet met een standaard pomp. Verder moeten de toestellen in de CSA zelf natuurlijk ook een inkomende waterdruk hebben, om naar behoren te kunnen werken. Om deze pompgroep te beveiligen tegen droog lopen, zit er nog een derde vlotter in het buffervat.

 

3. Nabehandeling en circulatie

Voor het water naar de CSA loopt, gebeuren er nog een drietal behandelingen. In eerste instantie loopt het water over een harstank met mixed bed harsen. Mixed bed harsen halen de laatste opgeloste deeltjes nog uit het water, waardoor we van ultrapuur water kunnen spreken. Er worden twee tanks geplaatst om eenvoudig van tank te kunnen wisselen als er eentje verzadigd is.

Na de behandeling met mixed bed  harsen wordt de geleidbaarheid nogmaals gemeten, die kan uitgelezen worden op de PLC van het RO toestel. Zo kan er opgevolgd worden of de geleverde waterkwaliteit binnen de vooropgestelde normen valt. Daarna wordt er een UV filter en een bacteriefilter van 0,2 micron ingeschakeld, en het water vertrekt naar de CSA.

De voeding van het water naar de CSA loopt in een kring. Als het water niet wordt afgenomen, loopt het terug naar het buffervat (met een drukbehoudventiel op het circuit), zodat het water continu in beweging blijft, en er geen stilstaand water is. Ook om die reden wordt de aansluiting tussen het watercircuit zelf en de toestellen in de centrale sterilisatie afdeling zo kort mogelijk gehouden, om ook daar geen stilstaand water te hebben.

Het uiteindelijk resultaat is continu beschikbaar bacterievrij ultrapuur water, met een geleidbaarheid van minder dan 0,5 microsiemens.